De Thaise premier Thaksin Shinawatra is van zins naar Israëlisch voorbeeld een zuidelijke ‘veiligheidsmuur’ te bouwen langs delen van de grens met Maleisië. De maatregel is bedoeld om ‘terroristen en smokkelaars’ buiten de deur te houden, aldus verscheidene Aziatische media.
De eerste minister bracht donderdag een bezoek aan het zuiden van zijn land, dat in toenemende mate weer het toneel is van geweld tegen overheidsinstellingen en veiligheidstroepen. Bangkok heeft het geweld steeds afgedaan als werk van lokale bandieten, maar de regering rept intussen openlijk van jonge militante moslims die er actief zijn.
De Verenigde Staten hebben eerder gezegd dat in Zuid-Thailand leden van de extremistische Jemaah Islamiyah actief zijn. Deze moslimgroepering wordt onder meer verantwoordelijk gehouden voor de bomaanslagen op Bali in 2002.
De plaatselijke bevolking in Zuid-Thailand zegt dat een recente reeks van aanslagen en ander geweld het gevolg was van ruzies tussen smokkelaars, onder wie ook militairen en agenten. Het zuiden van Thailand staat bekend als een regio waar vanuit Maleisië mensen, wapens, drugs en ook olie op grote schaal worden gesmokkeld.
Thailand, met 63 miljoen inwoners, is een overwegend boeddhistisch land, maar in de drie zuidelijke provincies Narathiwat, Pattani en Yala wonen vooral moslims. Zij maken 4 procent uit van de Thaise bevolking. De meesten zijn etnische Maleiers, die zich verbonden voelen met hun etnische gelijken in Maleisië. Militante Thai zouden vanuit Maleisië opereren en na een aanval zich daar schuilhouden.
De zuidelijk regio is armer dan de rest van Thailand en ze was ook in de jaren tachtig het toneel van moslimextremistisch geweld. Dat stak daarna steeds beperkt de kop op, maar sinds begin dit jaar weer op een grotere schaal. Sinds 4 januari zijn in het gebied al zeker 35 mensen gedood, vooral leden van veiligheidstroepen.
De premier heeft de onrust tot dusver afgedaan als lokale disputen. Sedert deze week lijkt hij bezorgder.