Maleisië » Nieuws en faits divers

2007/02/08 Staat verhaalt kosten op RDM om onderzeeërs

De Nederlandse Staat vordert 1,39 miljoen euro van RDM-Technology Holding BV voor de kosten die zijn gemaakt om twee onderzeeboten in Maleisië te laten slopen. De twee onderzeeërs van de Zwaardvisklasse werden in 2006 in het Aziatische land gesloopt onder toezicht van Nederland.

Staatssecretaris Cees van der Knaap heeft dat donderdag geschreven in een brief aan de Tweede Kamer. Daarin meldt hij hoe de duikboten zijn gedemonteerd, welke onderdelen zijn doorverkocht, aan wie en wat daar uiteindelijk mee is gebeurd. De voormalige onderzeeërs van Defensie waren in 1995 aangekocht door RDM van Joep van den Nieuwenhuyzen.

De zakenman hield zich echter niet aan de verkoopvoorwaarden. Als de schepen niet voor 2000 waren doorverkocht aan een voor Nederland acceptabele partij, dan moesten ze gesloopt worden. Ook dat zou moeten gebeuren volgens de strenge eisen zoals die in Europa gelden. De boten lagen inmiddels in Maleisië, waarmee Van den Nieuwenhuyzen aanvankelijk zaken wilde doen.

RDM gaf geen gehoor aan de oproep van Defensie om haast te maken en betaalde ook de rekeningen van de PSCND-werf in Lumut niet. Eind 2005 greep Van der Knaap via tussenkomst van de rechter in. Defensie was bang dat de Maleisische werf de boten zou verkopen aan een onbekende koper waardoor geheime, strategische goederen op de boten in onbevoegde handen zouden komen.

Nederland nam daarom de sloop alsnog op zich en zou eventuele meerkosten verhalen op RDM. De kosten voor de Nederlandse Staat bedroegen ruim 2,8 miljoen euro, schrijft Van der Knaap. In totaal werd 1,4 miljoen euro binnengehaald met de verkoop van het schroot en strategische goederen.




[an error occurred while processing this directive]