De noodtoestand vanwege smog die zondag in Maleisië werd afgekondigd is het gevolg van de palmolie-industrie. De branden zouden vooral in de werkgebieden van APRIL en Sinar Mas woeden.
Inwoners in Maleisië, en dan vooral de Maleisische deelstaten Johor, Kuala Lumpur en Melaka, proberen zoveel mogelijk binnen te blijven vanwege de verstikkende smog. Die smog is afkomstig van het Indonesische eiland Sumatra. Bedrijven branden daar enorme stukken bos en oude plantages af zodat ze er kokospalmen kunnen verbouwen voor palmolie. Omdat ze geen kapvergunning krijgen, steken ze de bossen in brand waarna ze alsnog kunnen verbouwen.
De vraag naar palmolie blijft groeien met ontbossing als gevolg. Regelmatig worden kleine boeren slachtoffer van die groei omdat grote bedrijven en plaatselijke overheden hun land inpikken. Dorpelingen worden soms betaald om stukken bos in brand te steken.
De minister van Milieu maakte zaterdag bekend bezig te zijn met een onderzoek naar minstens veertien plantagebedrijven die worden verdacht van brandstichting. Indonesië heeft de schuld voor de bosbranden inmiddels bij acht bedrijven gelegd. Volgens een adviseur van de Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono woeden de branden vooral in de werkgebieden van APRIL en Sinar Mas. APRIL claimt een strikt beleid tegen bosbranden te voeren en beweert dat de branden niet op eigen werkgebied zijn ontstaan.
Het leger heeft zaterdag ongeveer 200.000 mondkapjes uitgedeeld. Door de rook is de luchtkwaliteit erg slecht. In delen van Maleisië lag de luchtvervuiling hoger dan de gevaarlijke 300 op de smog-index. Een waarde van 300 betekent al dat de luchtkwaliteit gevaarlijk laag is. In de plaats Muar werd zelfs een waarde van meer dan 750 opgemeten.
Gerelateerd: && 2013/06/23 Noodtoestand in Maleisië door rook uit Indonesië && 2013/06/21 Kunstmatige regen moet branden Indonesië blussen && 2013/06/20 Singapore is bosbranden Indonesië beu && 2013/06/19 Singapore wil namen van bosverbranders