Een ware lucht- en zeevloot zoekt komend weekend in het zuiden van de Indische Oceaan naar mogelijke brokstukken van het vermiste vliegtuig van Malaysia Airlines. Satellietbeelden toonden begin deze week twee verdachte objecten in het gebied. Zoekacties van gisteren en vandaag bleven zonder resultaat.
Naast Australië en de Verenigde Staten, die het bewuste gebied doorkruisen met vliegtuigen, en Noorwegen dat er een autoschip heeft rondvaren, nemen morgen en overmorgen nog meer landen deel aan de zoekactie.
Het gaat om China (3 vliegtuigen, 3 helikopters en 5 marineschepen), Japan (2 vliegtuigen) en het Verenigd Koninkrijk (marineschip). Vanuit Australië zijn ook nog een marineschip en een koopvaardijschip onderweg.
Drie Franse deskundigen die in 2009 betrokken waren bij de zoekactie naar het gecrashte Air France-toestel in de Atlantische Oceaan staan de Australische Maritieme Veiligheid (AMSA) ook met raad en daad bij, zo maakte de instantie vandaag bekend.
Ze moest tot haar spijt meedelen dat net als gisteren geen sporen waren gevonden van het vermiste vliegtuig van Malaysia Airlines. “Er hing weliswaar lage bewolking boven het gebied maar het zicht was beter doordat het niet regende,” zo verklaarde AMSA-topman John Young.
Dat laatste was volgens hem niet onbelangrijk. “De twee objecten waren niet te zien op de radar van de vijf vliegtuigen waardoor de bemanning met het blote oog moest zoeken.”
Elk vliegtuig zoekt effectief slechts twee uur in het bewuste gebied. Dat bevindt zich halverwege de westkust van Australië en de Zuidpool en is een van de meest afgelegen gedeelten van de Indische Oceaan. “De heen- en terugvlucht duren elk 4 uur. Daardoor blijft er voor slechts twee uur brandstof over,” zegt Young.
Het 24.000 kilometer grote zoekgebied is volgens hem al aardig verkleind maar “toch nog groot als je vanuit het raam de zee moet afspeuren.” Nieuwe satellietbeelden moeten de bemanningsleden van de vliegtuigen en schepen helpen bij het zoeken.
Aan de hand van gegevens over de stroming in het gebied, vastgesteld met speciale meetboeien die uit vliegtuigen in zee zijn gedropt, is volgens de AMSA-verantwoordelijke berekend waar de twee objecten zich mogelijkerwijs bevinden.
Ze werden maandag zoals bekend gefotografeerd door een commerciële satelliet. Een van de voorwerpen, mogelijk een stuk vleugel of romp, is zo’n 24 meter groot. Het andere meet zo’n vijf meter.
Deskundigen van de Australische Geospatiale inlichtingendienst analyseerden de beelden. Toen donderdag voldoende aannemelijk was geworden dat de objecten mogelijke brokstukken zijn van vlucht MH370, stuurden ze de satellietfoto’s naar de AMSA. Die startte meteen een zoekactie.